De geschiedenis van Schellinkhout, periode 1501 - 1550.

De tijdlijn van Schellinkhout van 1501 tot en met 1550.

16e eeuw
Het gewest West-Friesland ligt als een bijna onneembare vesting tussen het water:
In het noorden en oosten wordt het omspoeld door de Zuiderzee. In het westen en zuiden wordt het beschermd door talrijke meren. Als een vooruitgeschoven beschermingspost ligt in het oosten de vestingstad Enkhuizen, omringd door dikke muren, met torens, poorten en rondelen.

Bijgeloof: De onderkant van de boerderijen wordt blauw geverfd om de boze geesten te weren.

1501
Hoorn koopt het recht om de schout van Wijdenes en Schellinkhout te benoemen.

1505-1592
40 50 morgens land spoelen af van de Nek en de buitenlanden (uiterdijk). Dat is buitendijks land, waarvan het land bij de Nek ooit binnensdijks is geweest (buitendijks = vanaf het dorp gezien achter de dijk).

1508
De Schellinkhouters helpen ijverig mee aan het vergroten en versterken van de stad Hoorn. Er worden ondermeer stadswallen en daarop verschillende torens aangelegd. Bewoners van de omliggende dorpen hebben er belang bij dat Hoorn een flinke vesting wordt en helpen mee tegen een loon van een halve stuiver per dag, "welke belooning van eene redelijke mildheid getuigde".

In den Jare 1508 wasser een hooge en stercke Vloedt waerdoor vele Dijken inbraken, voornamelijk ontrent Medenblik, en hier tusschen Schardam en Scharwoud. De landen aen de Oost-sijde van onse Stadt wierden door de neerstigheyt van onse Borgers en van de Huysluyden ontrent een Maant langh droogh gehouden doordien het Water op Keern en Swaaghdijck met alle kraght wierde gekeert. Doch door een nieuwe Storm viel de Zee soo sterk door de gebrooken gaten in dat de Binnen-dijken wierden gebroken en het gansche Landt rontom de Stadt in het Water lagh.
Deze "Stadt" is Hoorn, drie kilometer verwijderd van Schellinkhout.

1514
Onderzoek naar de economische situatie van iedere plaats in verband met een nieuwe verdeling van de op te brengen belastingen, de Informacie (zie ook 1494).
Er worden voor dit onderzoek getuigen gehoord. Dat zijn:
Pastoor Fop Jansz., oud 48 jaar, schout Pieter van Colster, oud 60 jaar, de burgemeesters Heindrick Gerritszoon, oud 50 jaar en Willem Pieterszoon, oud 49 jaar, de schepenen Gerrit Janszoon, oud 65 jaar, Jan Hermanszoon, oud 51 jaar en Pieter Claesz., 46 jaar. Aan deze getuigen danken we de volgende informatie:
. In Schellinkhout houdt men zich vooral bezig met:
  "te water reizen, naar het oosten en naar het westen, met de haringvangst, waarbij men zich als dagloner verhuurt,
  en met de bouwerij" (waaronder koeienhouderij).
. Schellinkhout telt 100 huizen.
. Totaal aantal inwoners: ca. 600.
. Aantal commmunicanten: 425.
. Minder dan 50 procent van het land van Schellinkhout is ook daadwerkelijk eigendom van de dorpsbewoners.
  Van de 650 morgen bezitten inwoners van Hoorn 170 morgen, mr. Otto 5 morgen,
  kerkelijke instellingen van Hoorn en Enkhuizen 56 morgen en het Noorderklooster in Enkhuizen 12,5 morgen.
. Schellinkhout is nog geheel katholiek.
. De schout is genaamd Pieter van Colster, oud 60 jaar.
. De koster heet Penningzak. Hij verdient er 7 Hollandse guldens per jaar mee.

De Informacie vermeldt molengeld, dus staat er al een molen.

In 't Jaer 1514 was hier te Lande wederom een stercke vloedt waer van niet alleen alle andere plaetsen maer ook deze Stadt ende omliggende Dorpen de smerte hebben gevoelt: Eerst maekte de Zee een groot gat in de Dijk nabij de Wester-poort, waer door een deel lants weghspoelde en tot een Meyr wierde gemaekt. Daer na een weynigh verder van de Stadt een groote inbreuk, waer door verscheyde Morgens Lants wierden weghgenomen en in een groote Wael verandert.
Deze "Stadt" is Hoorn, drie kilometer verwijderd van Schellinkhout.

1517
De hertog van Gelder trekt met een bende Friezen en Geldersen plunderend door Holland en West-Friesland. De bende met de schimpnaam "de Zwarte Hoop" bestaat uit 4400 mannen en 1000 jongens. Onder bevel van Johan Selbach, Goltstein, Grote Pier en anderen plundert de bende, die later aangroeit tot wel 8000 man, ondermeer Medemblik, Opperdoes en Twisk. Hoorn voorkomt plundering omdat het mede door zijn goede vestingwal goed verdedigd kan worden (zie 1508). Zwaagdijk, Berkhout en alle andere dorpen tussen Hoorn en Alkmaar worden wel geplunderd. Ook Alkmaar ontkomt niet aan plundering, moord en brandstichting.

1519
18 april:
Jan Gerritsz. 't Hoen, is bezig met het testament van zijn zuster Johanna en eist voor het gerecht een [onbekende actie] van Marten Simonsz. uit Schellinkhout.

1520-1521
Een zeer zachte winter met nauwelijks vorst of sneeuw.

1521
De gouden Philippusgulden van 25 stuivers wordt vervangen door de iets lichtere gouden Karolusgulden. Deze Karolusgulden wordt later kortweg "gulden" genoemd.

7 juli:
De schepenen bepalen dat Dirc van Haestert één Philips gulden moet betalen aan Olfert uit Schellinkhout.

1522
27 juli:
Doctor meester Simon Nanningsz. van Hoorn verklaart 37 stuvers schuldig te zijn aan Jan Claesz. en belooft die schuld te voldoen.

3 september:
Pieter Nanningsz. tot Schellinkhout, broeder van meester doctor fugitief Simon Nanningsz. van Hoorn, staat borg voor het huis van Garbrant Snijder.
Doctor fugitief! Is doctor meester Simon Nanningsz. op de vlucht geslagen? Zo ja, waarom?

1523
18 april:
Ludu Claes Haecz. bekent dat hij aan Olfert Wibrantsz. van Schellinkhout schuldig is vijf gulden en zes stuvers voor de levering van vlees.

Gerardus de Wou giet de klok voor de kerktoren. De klok is 1 meter hoog en heeft een diameter van 1.34 meter.
Het opschrift op de klok luidt:
"Martinus ys myn name,
myn ghelut si voer gode bequame,
Gherardus de Wou me fecit ano. dni. MV XXIII".

     
Een oude foto van de kerk en drie afbeeldingen van de torenklok, respectievelijk een oude tekening en twee foto's die in november 2002 zijn genomen.

1526
Karel II geeft een stuk zaailand te eigendom aan Joost de Bastaard van Brederode. Het is een stuk zaailand van 5,5 morgen in de ban van Schellinkhout.

1528
Om tijdens de kermis de orde te handhaven, geldt de volgende keur:
"Item so waer yemant op kermisse gequetst worde binnen onse stede van Scellinckhout of mit een can geworpen wort of een vuystslach gegeven wort of een mes treckt, die sal dat anbrengen".

Conform een certificatie van de stad Alkmaar krijgt Scellinghoute een rekening over 75 en een kwart morgen land van 75 pond en 5 schellingen. Onduidelijk is wat de stad Alkmaar met de tienden (= soort belasting; zie 1289) van Schellinkhout te maken heeft. Wel is bekend, dat de tienden van meerdere dorpen in West-Friesland in die tijd ten goede komen aan de St. Laurentius, de oude kerk te Alkmaar.
De tienden worden aanvankelijk in natura gevorderd en geleverd. Als bijvoorbeeld het koren tiendbaar is, dus als het aan schoven op het veld staat, moet de eigenaar de tiendheffer of zijn vertegenwoordiger of pachter een wete doen om te komen verdienden door driemaal zó luid te roepen dat het koren tiendbaar is, dat men het zeven akkers ver kan horen. Komt de tiendheffer niet opdagen, dan moet hij het in te leveren gedeelte onder controle van twee buren afzonderen en gedurende 24 uur bewaken. Daarna staat het koren voor risico van de tiendheffer op het land. Jan I heeft de wijze van tiendheffing in zoverre veranderd, dat de tiendheffer schriftelijk in zijn verblijfplaats gewaarschuwd moet worden. De volgende dag moet deze dan het in te leveren gedeelte komen vaststellen. De tiendplichtige moet dit op eigen kosten inleveren op een aangewezen opslagplaats. Als de heer de tienden tevoren al heeft verkocht, moet de koper zelf voor het vervoer zorgen. Het in te leveren deel wordt vastgesteld op de elfde schoof. Naar de reden waarom hier niet de tiende schoof wordt gevorderd kunnen we slechts gissen. Later zijn de tienden vastgesteld op een bepaald bedrag per morgen. De met tiendbare gewassen bezaaide oppervlakte moet jaarlijks worden opgegeven.

1528-1529
Een interessant overzicht van een aantal boeren omstreeks 1528-1529.
Coman Claes IJsbrantsz. en zijn wijf Geert bekennen voor de schepenen schuldig te wezen aan onder andere de navolgende personen.
Voor Schellinkhout zijn dat:
Pieter Melysz. 28 gulden van zuvel
Jan Claesz. 84 gulden van zuvel
Pieter Claesz. 100 gulden van zuvel
Thaems Jansz. 12 gulden van zuvel
Thaems Pietersz. 4 gulden van zuvel
Olfert Wybrantsz. 63thalve gulden van zuvel
Jacob Pietersz. 39 gulden van zuvel
Jan Heertgensz. 51 gulden
(produkt niet aangegeven).

1530
4 februari:
Geryt Woutersz. van Schellinkhout machtigt Claes Verscharn zijn recht te bewaren tegen Dirck Borytsz.

13 mei:
Pieter Jansz. van Schellinkhout en Jan Zyvertsz. uit Zwaag, heemraden van Drechterland, getuigen voor de schepenen, dat heden voor hen getuigd heeft dijkgraaf Willem Simonsz. Die vertelde dat Nanning de Vries varkens gehouden had bij de dijk. Ook Pieter Gerbrantsz. van Berkhout was daar bij. Tevens vertelde hij dat zij na hun observatie neergezeten hebben met de weduwe van Nanning de Vries in "die Zon" (vermoedelijk een herberg). De dijkgraaf eist nu 10 gulden voor hetgeen ze daar verdronken hebben alsmede het bedrag van het gelag dat zij lieden bij Jan Maartsz. verdronken om daar daynge te maken (feestje te bouwen).

13 december:
Gaelman Fermersz. van Schellinkhout stelt zich, voor de schepenen van Hoorn, Roloif Martsz. en Claes Jacobsz., borg voor zijn zoon Jan, die een  craijer  (type schip) gekocht heeft van Claes Heynsz. van Warder.
Hij vrijwaart zijn zoon Jan meteen van alle aanmaningen voor alle havens die het schip zal mogen gebruiken.

1531
17 februari:
Een sterk verhaal.....
Pieter Pietersz. Coster getuigt op verzoek van Fop Meynertsz.: "In de voorwinter, omtrent een jaar geleden, zat Pieter Coster ten huize van Maerten Pouwelsz. te Schellickhout. Ook aanwezig was Joris Dircksz., de waart in "de Valck" (naam van herberg) binnen Hoorn, alsmede Dirck Olfertsz.
Joris Dircksz. en Fop Meynertsz. zijn bij elkaar voor de verkoop van een paard. Joris Dircksz. verklaart, dat toen hij in dienst was van Coninck Ferdinand van Hongarien, hij de opdracht kreeg om op het slagveld te paard of te voet het hoofd van een Turk af te slaan of te hakken en om dat hoofd hier ter stede te brengen ten huize van Fop Meynertsz. Vervolgens zou hij hier bescheid over uitbrengen aan Koning Ferdinand of zijn Hof. Om deze reden zou Fop Meynertsz. het paard gekocht hebben van Joris Dircksz. voor de som van 100 gulden."

29 april:
Pieter Maertsz. van Schellinkhout bekent 60 carolus gulden schuldig te zijn aan Jacob Jansz., de schoenmaker in de Kerksteeg te Hoorn.

3 mei:
Olfert Wybrantsz. van Schellinkhout belooft voor de schout te betalen voor de schuld van Zeger Luyt van Enkhuizen, als ware het zijn eigen schulden.
Een eerste termijn van 15 gulden, gevolgd door een tweede termijn van drie gulden.

27 september:
Maerten Pietersz., alias Scheelghijs, bekent 15 gulden schuldig te wezen aan Pieter Claesz. van Schellinkhout en hij nam zijn 14 dagen om de rekening te vereffenen.

1532
21 oktober:
Joris Jansz. van Schellinkhout, Lucas Mourysz. en Jan Dengelsman worden gedaagd om te getuigen op verzoek van Lambert Gherytsz.
Op Onze Lieve Vrouwe Avont laatstleden zijn Lambert Gherytsz. en Simon Heynsz. ten huize van Joris Jansz. tot Schellinkhout.
Lambert en Simon zouden daar tegen elkaar gezegd hebben, dat Simon Heynsz. hebben zoude het huis van Lambert Gherytsz., staande aan de Rode Steen binnen Hoorn.
Als betaling daarvoor zou Lambert Gherytsz. van Simon een stuk land gelegen hebben bij Wynes, genaamd 'die cleyne hof weyde' en daar boven zou Simon toegeven 305 gulden min 2 gulden.
In de Katholieke Kerk is Maria-Tenhemelopneming een hoogfeest en wordt steeds op 15 augustus gevierd.

2 november:
In den Jare 1532 ontstonter op den tweeden dagh van November een sware storm uyt den Noord-Westen, waer door het Water soo hoogh vloeyde dattet niet alleen vele gaten in de Dijck maekte maer ook een gansche voet over deselve heen liep. In de Stadt vloeyde de Zee over de Roode-Steen, soo als ze doen was, henen en waren vele Huysen in gevaer van wegh-gespoelt te worden. Dit is de oorsaek waerom de Westerdijck, die te voren van het West af reght op de Westwal aenliep, soo ver is ingeleyt en met vele boghten en kromten omloopt.
Deze "Stadt" is Hoorn, drie kilometer verwijderd van Schellinkhout.

1533
7 mei:
Pieter Gerbrantsz. van Berkhout bekent schuldig te zijn aan Jan Gaelmans van Schellinkhout 25 gulden min drie braspenningen voor twee coyen (koeien). Pieter belooft te betalen.

26 mei:
Ette Jansdr. van Schellinkhout heeft Pieter Willem Soots gekozen tot haar voogd.
Dezelfde Ette scheldt met haar voogd een schuld kwijt van Aecht Heds (Heddes), zijnde een negende deel van het Jan van Geldershuis op de Haven.

15 september:
Olfert Wybrantsz. van Schellinkhout heeft bij trou, eer en sekerheit beloofd binnen acht dagen het Sinte Geertruiden Convent 42 gulden te betalen.

De Oosterdijk tussen Hoorn en Enkhuizen wordt opgehoogd.

15 september:
Weduwe Haesgen Dirck de IJsermans, machtigt met de door haar gekozen voogd Jacob Aeriansz. voor de schepenen van Hoorn, haar huerman (huurder) Pieter Claesz. Wines van Schellinckhout, om te bewaren den zeventuig tot Schellickhout in alle schijne of dezelve Haesgen met haar voogd daar te vertegenwoordigen.
Het zeventuig is een rechtsinstelling, waarbij zeven  buren  van naastgelegen percelen oordelen over een geschil betreffende een grondstuk of een boedel.

17 oktober:
Jaep Maertsz van Schellinkhout heeft Jacob Aerians gemachtigd zijn recht te bewaren tegen Maerten Burchsz. in zake van rogge.

21 november:
Jacoba Zybransdr. van Schellinkhout heeft Claes Verscharn geckoen tot haar voogd.

1535
De heren Van Schoet, rentmeester van Kennemerland, en Otto van Malsen, secretaris van 't Hof van Holland, verklaren de ordonnantie voor de dijk van Petten tot Beverwijk ook van toepassing voor de Drechterlandse dijk. Die verordening bevat ondermeer de bepaling dat "zoo daar iemand aarde of zoden haalde uit de uiterdijk van Hoorn of van Schellinkhout, hij dien grond zou betalen tot 't zeggen van Dijkgraaf en Heemraden."

1538
16 januari:
Olfert Wybrantsz. pacht land van het Sinte Geertruiden Convent te Hoorn.
Op 16 januari 1538 verklaart hij voor de schepenen van Hoorn een schuld te hebben aan het Sinte Geertruijden Convent binnen Hoorn van 48 gulden en 12 stuvers voor landhuur. Hij moet de achterstallige huur betalen tussen 16 januari en lichtmis eerstkomende.
Maria-Lichtmis of kortweg Lichtmis is een christelijk feest dat op 2 februari gevierd wordt.

1540
Akte van 31 mei: Pieter Dircksz. en Jan Melisz., kerkmeesters en voogden van de parochiekerk van Schellinchout, oorkonden dat zij aan Su Jan Maertsweduwe uit Hoorn een losrente van 11 rijnse guldens hebben verkocht, te betalen op meijedag (= 1 mei) of tot 8 dagen daarna. De rente kan worden afgelost door betaling ineens van 20 maal het bedrag aan rente.

Een zeer droge zomer. Het gras op het land verdort.

1541
10 januari:
Heynrick Jansz. van Amsterdam machtigt Jan Jansz. van Neck (in de marge: Pieter Vienesz.) om in zijn naam zijn recht te bewaren tegen Gerryt Jansz. in Schellinkhout.

19 januari:
Cornelis Pietersz. van Schellinkhout machtigt IJsbrant Mathysz. om voor hem in rechte al zijn zaken te bewaren tegen Luytgen bij de watermolen.

19 januari:
Pieter Vyenesz. bekent 60 gulden uit de weeskist gehaald te hebben voor Pieter Pietersz. van Schellinkhout en heeft die 60 gulden zelf gehouden en zal de rente zelf betalen en belooft Pieter Pietersz. daar altijd van te vrijen (vrijwaren).

20 mei:
Jan van de Blockdijk, vader van Claes Jansz wonende te Schellinkhout, bekent in de kwestie tussen zijn zoon Claes en de kinderen van Dirck Claesz. Edam, achterstallige rente te moeten betalen.

Akte van 18 oktober: Dirck Jansz. en Claes Jansz., kerkmeesters en voogden van de parochiekerk van Schellinchout, oorkonden dat zij aan Floris Jacobsz. uit Hoorn een losrente hebben verkocht van 5,5 gulden van 40 groten Vlaams, te betalen op St. Mauriciusdag (= 22 september) of tot 14 dagen daarna, met een boete van 4 schellingen per dag dat de betalingstermijn zal worden overschreden. De rente kan worden afgelost door de betaling ineens van 99 guldens (1 pond Vlaams = ca. 2,75 euro).

Amateur-archeoloog Marcel van der Made uit Hoorn vindt in 2002 in Schellinkhout onderstaande munt (Groschen).
Op de munt, die in 1541 is geslagen in Oostenrijk, prijkt de beeltenis van Ferdinand I (1521-1564).
Achterzijde: Een adelaar met borstschild (dwarsbalkje) op een groot stokkenkruis (onderbreekt het randschrift).
 

1542
20 maart:
Dieuwer Pietersdr. van Schellinkhout institueert Pieter Vyents (stelt een rechtsvordering in) om haar recht te bewaren tegen een iegelijk.

De Gelderse oorlogsvloot verschijnt voor de Schellinkhouter kust. De Geldersen komen niet tot een landing, maar nemen wel enkele Hoornse schepen op zee.

1543
30 april:
Jan Dircksz. van de Leeck koopt van Claes Reynersz. van Schellinkhout voor 23 carolus gulden en acht stuvers Engels bier.
De kwitantie op de laatste dag van april 1543 is ondertekend door Pieter Jansz. Berckhout en schipper Hermen.

Uit een acte van 28 juni:
Wij Ysbrant Reynersz en Gert Heynricxz, schepenen in de stede van Scellinchout, doen condt daer voor ons gecomen is Gert Claesz onze mede burger die bekende schuldig te wesen aan Welmoet Jans, poorteresse in Hoorn, twee gulden jaarrente uit een hont zeedlants (zaadland) gelegen in de ban van Scellinchout belend Gert Heynricxz aan de zuidzijde en Pieter Dircxz aan de noordzijde. Het aanhangende zegel van Ysbrant Reynersz is zwaar geschonden. Het zegel van Pieter Dirxz is ongeschonden. Medeburger Gert Claesz zegelt omdat Gert Heynricxz geen zegel heeft. De hont of hond is een oud-Nederlandse oppervlaktemaat. Eén hont is 100 roeden. De Rijnlandse hont is 0,14 hectare, maar de maat kan per gebied verschillen.

Aantal huizen in Schellinkhout: 136

21 december.
Aan een historisch document van 21 december is een "stedezegel" van Schellinkhout gehecht.

Het is een donkere zegel gemaakt van bijenwas en de kleur is bruin. De diameter is drie centimeter. Aan de achterzijde zijn de vingerafdrukken van de maker te zien, die zijn ontstaan door het aandrukken van de zegelwas.
Het zegel is met een strook perkament aan het document vastgemaakt. Ondanks dat het zegel nog helemaal intact is, blijkt het niet mogelijk om het zegel goed te determineren. Ook niet door een deskundige van het Centrum voor familiegeschiedenis (CBG).
De oudste zegels worden gemaakt van gele of kleurloze bijenwas. Vanaf de twaalfde eeuw voegt men kleurstoffen aan de was toe, waardoor ze rood, groen of zwart worden. Onder invloed van lucht en licht zijn ze in de loop der eeuwen naar bruin verkleurd.
 
In dit geval gaat het vermoedelijk om een gekanteld schild met een voorstelling van een boom. Aan weerszijden van het schild hurken de schildhouders, vermoedelijk leeuwen of kraaien, zittend op een lage zuil en gedrapeerd met een boog (zie ook 1406).

1544
Aantal inwoners ca. 790.

Een ongeschoolde arbeider verdient 4 stuivers per dag, waarvoor hij 16 pond roggebrood kan kopen.

  Een kaart van West-Friesland, Waterland en Kennemerland.
De dichte stipjes zijn de dorpen, die in de Huigendijk (onder 1.) zijn verhoefslaagd.
De rondjes zijn de dorpen, waaronder Schellinkhout, die in de Walingsdijk (onder 2.) zijn verhoefslaagd.
3. is het dorp Schellinkhout.
Deze dorpen hebben dus de onderhoudsplicht van deze dijken. Ook voor de andere dijken geldt de regel, dat elk dorp zijn eigen dijk door de landeigenaren moet laten onderhouden.

1545
Pieter Dircxz van Schellinkhout machtigt Simon Huych (een advocaat te Hoorn) om zijn recht te bewaren tegen een iegelijk.

1547
15 april: Melis Dircksz, stadschirurgijn van Hoorn, pandt (daagt) Jan Pill van 'Schellinckhout' voor de schepenen van Hoorn, omdat hij zijn loon wil hebben wegens de behandeling van een 'quetsuer bij cyrurgijns'. Jan Pill is kennelijk op de een of andere wijze gewond geraakt en behandeld door de stadschirurgijn van Hoorn, die nu langs deze weg zijn meesterloon probeert te innen.

16 mei:
Jacob Claesz. van Schellinkhout heeft met zijn andere bootgesellen (scheepsvolk) een geschil met hun schipper Willem Cornelisz. over de medische zorg.
In geval vijanden hen aan boord geschoten, gekwetst of gewond hebben, willen zij dat de schipper hen doet meesteren en cureren (verzorgen en genezen).

1549
16 mei:
Eén van de inwoners is genaamd "Grote Claes van Scellinchoudt". Het zal ongetwijfeld een grote kerel zijn geweest. Zijn naam komt voor in een acte uit 16 mei. Hij bezit een stuk land vlakbij Hoorn, want het grenst aan een huis en werf liggende en staande opte haven te Hoorn.

Blijkens een keur krijgt het dorp een waag 'en die waghe sal hangen in een huijs binnen vijftich roeden bij den kerckhove'.

1550
Jan van Schellinckhout krijgt te Hoorn een boete van drie pond omdat hij 'ghewrocht' (gewerkt) heeft binnen Hoorn 'zonder dat hij zijn poortrecht heeft gewonnen of behoorlijke eed gedaan heeft'.

___________________

naar begin van deze pagina
naar de eerstvolgende periode
terug naar de basispagina (home)

 G. Kazimier.

Deze pagina is voor het laatst gewijzigd op (maand / dag / jaar / tijdstip) :